|
Oostkantons: een stukje geschiedenis
De Duitstalige kantons Eupen en Sankt Vith, en het Franstalige
kanton Malmédy werden door het Verdrag van Versailles na
de Eerste Wereldoorlog toegewezen aan België. De feitelijke
overdracht van het grondgebied gebeurde op 10 januari 1920.
In de Oostkantons leven vandaag de dag ongeveer 70.000 Duitstalige
Belgen. Vaak worden ze de Laatste Belgen genoemd, omdat ze zich
- in tegenstelling tot veel Vlamingen en Walen - thuis voelen in
België en tegen opsplitsing van het koninkrijk zijn.
Eupen, Malmédy en Sankt Vith, die nooit een historisch geheel
hebben gevormd, werden pas in 1795 samengebracht. Vanaf dat moment
werd de bevolking heen en weer geslingerd tussen België en
Duitsland.
Het noorden van de streek, Eupen en omgeving, hoorde honderden
jaren bij het oude hertogdom Limburg, het midden van de Oostkantons
behoorde tot de abdijen van Stavelot en Malmédy en het zuiden
stond onder het gezag van de hertog van Luxemburg. Napoleon deelde
het hele gebied in bij het door Frankrijk ingelijfde België.
Na de nederlaag van Napoleon schonk het Weense Congres het gebied
aan Pruisen, op één stukje na. Het plaatsje Kelmis,
op een steenworp afstand van Vaals, bleef als Neutraal-Moresnet
gedurende een eeuw zelfstandig. In 1920, na de door Duitsland verloren
Eerste Wereldoorlog, werd de streek met zijn elf gemeenten weer
toegewezen aan België. Slechts 271 mensen - onder wie 69 autochtonen
- hadden daartegen geprotesteerd in een soort referendum, dat door
historici wordt bestempeld als la petite farce belge (de kleine
Belgische farce).
Maar de Oostkantons werden spoedig weer Duits. In 1940 annexeerde
Hitler het gebied. Voor die tijd waren er al wel pogingen geweest
van Duitse nationalisten om de Belgische Oostkantons te laten terugkeren
naar de Heimat. De aantrekkingskracht van het Derde Rijk was groot.
Heel wat inwoners uit dit gebied vonden werk in Duitsland. Op 18
mei 1940 werden Eupen, Malmédy, Sankt-Vith, Kelmis en enkele
oud-Belgische dorpen rond Montzen aangehecht bij het Duitse Rijk.
Veel jonge mannen, pubers vaak nog, werden gedwongen dienst te
nemen in het Duitse leger. Er was collaboratie, maar minder dan
in Vlaanderen en Wallonië, waar een relatief groot aantal vrijwilligers
diende bij de SS. Van de 8.700 soldaten uit de Oostkantons, kwamen
er tweeduizend om het leven. Pas in 1989 kwam er volledig eerherstel
en een financiële vergoeding voor deze Zwangssoldaten en mensen
die in Duitse gevangenschap hadden gezeten.
Na de bevrijding op 4 februari 1944 werden de Oostkantons opnieuw
Belgisch grondgebied. Het Duits werd ook erkend als een van de officiële
talen in België. Sinds 1973 bestaat de raad van de Duitstalige
cultuurgemeenschap - later omgevormd tot Duitse gemeenschapsraad
- met een eigen regering sinds 1984.
Het oostelijk deel van België behoort officieel tot het grondgebied
van het Waalse gewest, al hebben de Duitstaligen een groot aantal
eigen bevoegdheden. De bevolking spreekt naast haar Duitse moedertaal
ook Frans en soms zelfs Nederlands. Slechts een minderheid streeft
naar autonomie. Uit een enquête in de Duitstalige krant Grenz
Echo bleek enkele jaren geleden dat 57 procent van de ondervraagden
zeer tevreden is in België. Indien het ooit zover komt dat
België uit elkaar valt, dan wil de meerderheid bij Wallonië
blijven. Slechts 4 procent zou in dat geval kiezen voor aansluiting
bij een Duitse deelstaat.
Eupen is het economisch centrum van Duitstalig België, Malmédy
het centrum van het Franstalige deel van de Oostkantons. De grootste
plaats in het zuiden van de Oostkantons is Sankt-Vith, het centrum
van een bosrijk en groen gebied, dat bij toeristen zeer in trek
is.
Bron: De Limburger
|